Polyvagaaltheorie

Inleiding

De polyvagaaltheorie beschrijft wat er in ons lichaam gebeurt in veilige en onveilige situaties en hoe dat laatste kan leiden tot problemen in alle denkbare sociale interacties. Het werpt helder licht op afhankelijkheid van middelen, drank, eten of andere copingstijlen.

Werking Autonoom Zenuwstelsel – Polyvagaaltheorie – deverslavingvoorbij.nl

Aanvulling

Ter hoogte van 2:17 is de uitleg wat verwarrend, eerder gaf men aan dat, oranje voor mobilisatie vanuit onveiligheid staat (vecht/vlucht) en blauw voor geïmmobiliseerd vanuit bedreiging (bevriezen). Fietsen en slapen zijn vormen van veilige mobilisatie en immobilisatie, dus die kleuren werken verwarring in de hand.


Polyvagaaltheorie


Vanaf 1969 begon Professor Stephen Porges zijn wetenschappelijk werk waar hij zich onder meer richtte op onderzoek naar een bijzondere zenuw van ons autonoom zenuwstelsel, de Nervus Vagus. Het woord ‘vagus’ betekent letterlijk ‘zwervend’ die naam is gegeven door het grote bereik over het lichaam – en ‘poly’ staat voor ‘meer’ aangezien deze zenuw twee verschijningsvormen heeft en twee belangrijke tegenovergestelde functies. In 1994 publiceerde Porges zijn magnum opus over deze theorie als verslaglegging waarmee hij oude inzichten over vecht, vlucht, bevries theorie corrigeerde. Zonder dat het zijn bedoeling was pikte de wetenschap zijn polyvagaaltheorie op, in de jaren daarna heeft de theorie zijn wetenschappelijke status verkregen.

De Polyvagaaltheorie verklaart wat er in ons lichaam gebeurt. Het is geen behandelmethode, maar wijst wel in een behandelrichting. Voor mij verbindt het de inzichten die ik eerder eigen heb gemaakt alsook mijn ervaring en intuïtie. Het is dé missing link die alles aan elkaar knoopt en wetenschappelijk onderbouwt. zoals gezegd, de polyvagaaltheorie is inmiddels wetenschappelijk aanvaard.

Uitzicht op herstel

De Polyvagaaltheorie verheldert én deze verheldering biedt uitzicht op herstel. Het zal mij geen moeite kosten mensen het nodige inzicht bij te brengen, het probleem zit hem in de oude aannames die we allemaal hebben, contraproductieve aannames die ons gedrag en zelfbeeld bepalen, naast onwetendheid en de gebruikelijke weerstanden. Die weerstanden worden overigens weer verklaard binnen de polyvagaaltheorie.

Praktijkvoorbeeld

Ik wil de polyvagaaltheorie praktisch aanvliegen en beginnen met een praktijkvoorbeeld. Het voorbeeld kan veralgemeniseerd worden.

Een cliënt vertelt dat hij steeds en steeds vaker last heeft van eetbuien. Als ik vraag naar zijn gevoelens nét voor zo’n moment dan komt het gevoel van woede op. Heel even is er de woede en dan begint het eten:

  1. Ik heb het gevoel te moeten vechten, maar ik zit vast, voel me beklemd.
  2. Ik voel woede over het gedrag van mijn ouders, het mij aangedane onrecht
  3. Ik voel ook boosheid en onmacht omdat ik niet voor mezelf opkom.  
  4. Ik voel pijn, diepe pijn en die pijn moet weg!

In de volgende alinea’s zet ik een en ander uiteen en kom dan weer terug op de opmerkingen van mijn cliënt.

————————-

Het autonome zenuwstelsel

Voor je lichaam bestaat tijd niet, een oude ervaring die niet (goed) verwerkt is kan onbewust steeds worden opgeroepen en onbewust worden herbeleefd. Dat wil zeggen: je lichaam – je autonome zenuwstelsel – zoekt continu naar signalen van veiligheid en onveiligheid, dat geldt voor elk mens. Dat proces gaat geheel buiten jouw bewustzijn om, je hebt er niets over te zeggen, het gaat vanzelf.

Mobilisatie en immobilisatie

Zodra je lichaam signalen van onveiligheid oppikt, gaat het over tot mobilisatie, je hartslag gaat omhoog, er komt energie vrij en je gaat uit contact, je bent immers gefocust op gevaar. Mobilisatie is de eerste verdedigingslinie bij dreiging.
Maar als dat niet werkt of niet haalbaar blijkt dan volgt de tweede en laatste verdedigingsstrategie en dat is bevriezing (afsluiting of dissociatie). Je bent slap, je kijkt niet meer gericht naar anderen of je belager, je voelt geen pijn, je hartslag is erg laag, je spaart energie.

Stel nu dat je je als kind op enig moment of structureel, zeer onveilig hebt gevoeld. Als kind kon je je niet verweren of onttrekken, je mobilisatie zal in korte tijd over zijn gegaan in totale afsluiting (bevriezing of dissociatie). Je raakte geïmmobiliseerd.

Je zult op enig moment weer uit die afsluiting terug in beweging zijn gekomen, letterlijk. Je mobiliseerde dus weer en als je de gebeurtenis hebt kunnen verwerken in een veilige omgeving kon je ook je mobilisatie loslaten en tot rust komen. Maar wat als dat niet is gebeurd, als je de gebeurtenis als kind niet hebt kunnen verwerken in een veilige sociale setting en wat als er structurele onveiligheid was, wat dan?

Het autonome zenuwstelsel zal vanaf dat moment, zolang de dreiging voor dat systeem aanhoudt, signalen oppikken die direct of indirect verwijzen naar de eerdere onveilige gebeurtenis en tot mobilisatie overgaan. Je lichaam doet dat, zelfs als er praktisch geen sprake kan zijn van herhaling. Als dit zich vaak herhaalt kom je niet meer aan rust toe, dat geeft problemen op verschillende levensgebieden of men kan de stilte en het nietsdoen niet verdragen. Zolang het signaal ‘veilig’ niet wordt gegeven ligt ineenstorting op de loer aangezien de verdediging (nog steeds) faalt. Als dit structureel is kan dit overgaan in neerslachtigheid, burn-out, depressie en zelfs het psychotisch worden.

————————-

Beklemming

Wanneer, zoals in dit voorbeeld, de dreiging kwam van (een van de) ouders raakte het kind beklemd tussen loyaliteit naar de ouders en loyaliteit naar zichzelf. Je kon onmogelijk uit de situatie geraken – voor jezelf opkomen – zonder je ouders af te vallen.
Dus je zet niet door (1). Je vervalt mogelijk in structureel verwijt, verdriet en verontwaardiging over het gedrag van je ouders (2). Je kunt geen kant op richting je ouders dus voor je lichaam blijf je steeds hangen in die mobilisatie. En dus is er steeds de kans op bevriezing en afglijden naar depressie of erger.

Om dat te voorkomen zal het lichaam de mobilisatie in stand te houden. De woede heeft de functie de mobilisatie te voeden, immers, zolang je vecht – of althans de illusie daarvan instant blijft – val je niet (terug) in totale afsluiting. Nogmaals, dit alles is een autonoom proces. Je hebt er initieel geen invloed op!

Mijn cliënt heeft dus onbewust een constante behoefte aan woede om niet ten onder te gaan, zo probeert hij een totale ineenstorting te voorkomen. Deze woede is dus in feite zelfzorg én de afhankelijkheid tegelijkertijd. Geeft hij die woede op dan valt hij terug in de immobilisatie van destijds.

————————-

Regulatie

Die woede komt vervolgens in het bewustzijn en wordt afgewezen, nu neemt het gevoel van beklemming en onmacht toe, dat geeft veel pijn (4). Hierdoor gaat het lichaam op zoek naar andere vormen van regulatie om erger te voorkomen. Het zoekt (en dit is de kern van de ontdekking) en vindt iets dat lijkt op sociale interactie zonder dat daar anderen voor nodig zijn: het innemen van voedsel of drank. Bij inname van voedsel en drank – inhibitie – zijn verschillende spieren betrokken die ook actief zijn bij sociale interactie.

Sociale interactie

Sociale interactie is de basis van menselijk welbevinden, zonder sociale betrokkenheid kunnen we in feite niet leven. Maar helaas maken heel jonge kinderen juist onveilige sociale situaties mee. Daar waar het veilig moet zijn, is het onveilig. Het is een gemeenschappelijk kenmerk dat mensen die chronisch innemen een zekere afstand hebben tot sociaal contact. Dat staat herstel in de weg.
Hoe dan ook, met het middelengebruik reguleert het lichaam zich tot een tot een enigszins acceptabele en werkbare toestand doordat het autonome zenuwstelsel het gedrag aanvankelijk als sociaal kenmerkt, het fijne gevoel van het gebruik draagt daar in de eerste instantie aan bij.

Dat fijne gevoel is maar van korte duur, want al snel komen de oordelen en de onmacht over het eigen gedrag (3), wat weer brandstof is voor de volgende cyclus.

————————-

Kijken met de polyvagale bril

Als we vanuit de polyvagaaltheorie naar dit proces kijken dan kun je nu zien dat je lichaam en niet jij als weldenkend persoon deze toestand creëert. Jezelf op je kop geven is dus absoluut zinloos! De feitelijke ‘verslaving’ is de dagelijks repeterende reactie (de fysiologische respons) van het autonome zenuwstelsel om de oorspronkelijke situatie van vóór de pijnlijke gebeurtenis(sen) of periode te bereiken. Dit verlangen heb ik zelf ooit benoemd al heimwee naar een tijd en plaats waar ik nooit ben geweest.

————————-

Bij mij was de echte ‘verslaving’, net als in dit voorbeeld, het blijven hangen in de mobilisatie door innerlijke opgekropte woede die ik dagelijks omzette naar drinken. Dat gaf mij het gevoel van hoop, hoop op betere tijden. Die hoop kon ik voelen op het moment dat het eerste biertje openging. Ik was niet verslaafd aan drank, maar aan de hoop op betere tijden, iets dat elke dag weer opnieuw heel echt voelde. De roes die het drankje mij gaf bracht me daarna relatieve – maar kunstmatige – rust. Dus hoe gek het ook lijkt, mijn drinken hield me op de been!

————————-